Begrippenlijst online marketing A-Z | Heleen Verkerk

Begrippenlijst: online marketing van A tot Z

Funnel, opt-in, DNS, kassakoopje… pfff. Online ondernemen komt met een hele eigen taal. 😅

Daarom deze begrippenlijst. Per begrip een uitleg in één zin, in gewone mensentaal. Wil je meer weten? Klik op het begrip, dan lees je het hele artikel in de kennisbank.

A–B

  • Algoritme: het systeem dat bepaalt wie jouw post te zien krijgt.
  • Backlinks: links van andere websites naar jouw website.
  • Blended programma: een programma dat online leren combineert met live contact.
  • Boven de vouw: wat je bezoeker ziet zonder te scrollen.
  • Branding: het gevoel dat mensen bij jou en je bedrijf krijgen.

C–D

  • Call-to-action (CTA): een uitnodiging aan je bezoeker om iets te doen, vaak een knop.
  • CMS: het systeem waarmee je zelf je website beheert, zoals WordPress of Phoenix.
  • Conversie: het moment dat een bezoeker doet wat jij hoopt, zoals inschrijven of kopen.
  • Cookiemelding: de melding waarin je bezoekers vraagt of je cookies mag plaatsen.
  • DNS: het telefoonboek van het internet: koppelt je domeinnaam aan je website en mail.
  • Doelgroep en ideale klant: een groep mensen versus die ene persoon met wie je het liefst werkt.
  • Domeinnaam: het adres van je website, zoals jouwbedrijf.nl.
  • Downsell: een kleiner alternatief voor iemand die nee zegt tegen je aanbod.
  • Drip content: cursusinhoud die je stap voor stap vrijgeeft.
  • Dubbele opt-in: een inschrijving die iemand nog via een mail moet bevestigen.

E–G

  • E-mailmarketing: contact houden met mensen die zelf hebben gezegd: mail me maar.
  • Eigen e-maillijst: je eigen groep lezers, onafhankelijk van social media.
  • Evergreen: een aanbod dat je altijd verkoopt, niet alleen tijdens een lancering.
  • Favicon: het kleine icoontje in het tabblad van je browser.
  • Funnel: de vaste route die je bezoeker stap voor stap naar je aanbod leidt.
  • Google Bedrijfsprofiel: je gratis bedrijfsvermelding in Google Zoeken en Maps.
  • Google Search Console: een gratis tool van Google die laat zien hoe je website gevonden wordt.

H–I

  • High-ticket aanbod: een groot traject met een hoge prijs en veel persoonlijke begeleiding.
  • Hook: de eerste zin van je post die mensen laat stoppen met scrollen.
  • Hosting: de plek waar je website "woont" op het internet.
  • Huisstijlhandboek: een document waarin staat hoe je je huisstijl gebruikt.
  • Indexeren: het moment dat Google je pagina opneemt, zodat hij gevonden kan worden.
  • Instapaanbod: een klein, betaalbaar aanbod om kennis te maken met jouw werk.
  • Interne links: links tussen pagina’s op je eigen website.

K–L

  • Kassakoopje (tripwire): een klein aanbod vlak na een inschrijving, om van lezer klant te worden.
  • Klantreis: de route van eerste kennismaking tot klant, en daarna.
  • Koppeltool: een tool die je andere tools automatisch met elkaar laat praten.
  • Landingspagina: een pagina met één doel, bijvoorbeeld een inschrijving.
  • Lead: iemand die interesse toonde en van wie je de gegevens hebt, maar nog geen klant.
  • Leeromgeving: de online plek waar je cursisten je cursus volgen.
  • Logo en huisstijl: je logo is één onderdeel van je complete huisstijl.
  • Longtail-zoekwoord: een langere, specifieke zoekterm met minder concurrentie.

M–O

  • Membership: een online lidmaatschap waar leden doorlopend voor betalen.
  • Metabeschrijving: het korte tekstje onder je titel in Google.
  • Moodboard: een collage van beelden en kleuren die de sfeer van je merk laat zien.
  • Openratio en klikratio: hoeveel lezers je mail openen en ergens op klikken.
  • Opt-in: het moment dat iemand zelf toestemming geeft om op je lijst te komen.
  • Order bump: een klein extraatje dat je op de betaalpagina aanbiedt.

P–S

  • Plugin: een uitbreiding die je website een extra functie geeft.
  • Positionering: het plekje dat je inneemt in het hoofd van je ideale klant.
  • Prijsankeren: de eerste prijs die iemand ziet, bepaalt hoe ze de rest beoordeelt.
  • Salespagina: een pagina met als doel: verkopen.
  • Segmenteren: je lezers in groepen verdelen, zodat iedereen de juiste mails krijgt.
  • SEO: je website zo inrichten dat Google snapt waar je pagina’s over gaan.
  • Sitemap: een lijstje van al je pagina’s, speciaal voor Google.
  • Social proof: het bewijs dat anderen je al vertrouwen, zoals ervaringen van klanten.
  • SPF, DKIM en DMARC: instellingen die bewijzen dat jouw mails echt van jou komen.
  • SSL (het slotje): de beveiliging die zorgt voor het slotje voor je webadres.

T–W

  • Tags: labels in je mailprogramma om lezers te herkennen.
  • Upsell: een aanvulling op wat iemand al koopt.
  • USP: wat jou onderscheidt van anderen die hetzelfde doen.
  • VIP-dag (PowerStart Livedag): een hele dag één-op-één samen werken aan precies dat waar jij op vastloopt.
  • Waardeladder: je aanbod op een rij, van klein en gratis tot groot.
  • Waardepost: een post die waarde geeft zonder direct iets te verkopen.
  • Wachtlijst: een lijst van mensen die als eerste willen horen wanneer je aanbod opent.
  • Warme lead: iemand die al vertrouwen heeft en bijna klaar is om met je te werken.
  • Webinar en masterclass: twee vormen van een online sessie, met een andere verwachting.
  • Welkomstreeks: een paar automatische mails voor nieuwe lezers.

Liever een verhaal?

In mijn blogs deel ik de verhalen achter mijn lessen: van zelfgemaakte oorbellen tot digitale chaos.

Weet je niet waar je staat?

Geen probleem! Doe de gratis Klantenreis Quickscan. In een paar minuten zie je waar jouw online business hapert, en waar je het beste kunt beginnen.

Of wil je gewoon even sparren? In een gratis strategiecall kijken we samen naar jouw situatie. Plan je strategiecall →

Liever in één dag flink vooruit? Tijdens de PowerStart Livedag werken we een hele dag samen aan precies dat waar jij op vastloopt. Bekijk de Livedag →

Veel lees- en doeplezier!

Liefs,
Heleen ❤️